Anderhalf (liedtekst)

We moeten

anderhalven

maar een ander

half is niet een ander

heel

 

Dit meetbaar gemis

zichtbaar in de lengte

van een bezemsteel

Ik wil de ander

heel

 

Ik anderhalf zoveel

Van jou

Anderhalf jij ook van mij

Ik anderhalf je  liever

Liever dichterbij

 

Het is altijd maar half

naar de ander gaan

Zo half dicht bij de ander

half bij die ander staan

is niet de ander heel

 

Ik anderhalf zoveel van jou

Anderhalf jij ook van mij

Ik anderhalf je liever

Liever dichterbij

 

Ik anderhalf zoveel van jou

Anderhalf jij ook van mij

Ik anderhalf je liever

Liever dichterbij

En ander half is niet zo veel

De lengte van een bezemsteel

Ik wil de ander heel

 

tekst en muziek Femke Bauwens

 

Okselhaar (brief aan N.) liedtekst

Lieve N.

Of moet ik zeggen beste

Al weet ik nu niet meer heel zeker

of jij nog die beste bent

Tis nu alweer een eeuwigheid geleden

dat ik jou schuchter aansprak

op cafe.

 

Al mijn beetjes hoop en moed bijeen verzameld

In de hoop dat jij mijn hartsvriendin wou zijn

En door het lawaai, de rook en door Nirvana heen

Herinner ik mij  wat ik toen zei

 

Lieve N. je was altijd al  mooier

Was ik nu maar een beetje zoals jij

Zelfs  je tranen van verdriet vloeiden met stijl

En elke man ging in ons stamcafe zo voor de bijl terwijl

Ik stilletjes achter een pilaar bleef staan

En terwijl iedereen al zat was

Dronk ik water van de kraan

 

Beste N.

heb nooit meer iets vernomen

Geen antwoord kwam er op de brieven die ik schreef

Denk nog altijd aan die  foto  die je nam

al was die raar

Met mijn armen in de lucht

En twee bosjes okselhaar

 

Lieve N. ik kan de tijd niet keren

Ik wil je zeggen dat ik je echt wel mis

Je was mijn hartsvriendin het meisje uit de boekjes

Die gewoon uit het zicht verdween

Die gewoon uit het zicht verdween.

 

Wees maar onvindbaar want dat doet minder pijn

Hoe verder weg hoe minder erg  verloren

Ik luister geen Nirvana  meer en drink nog steeds geen wijn

Ik luister geen Nirvana meer en drink nog steeds geen wijn

 

maar mijn oksels zijn nu wel geschoren

maar mijn oksels zijn nu wel geschoren

 

okselhaar

ik mis haar

okselhaar

ik mis haar

 

 tekst en muziek Femke Bauwens

 

 

 

 

 

 

 

Tandpastadopjesdraaier (liedtekst)

Tandpastadopjesdraaier

Zet je de machine stil

Tis omdat ik graag iets vragen wil

Streepjes groene witte blauwe

Mag je soms ook dopjes houden

Stapel jij jouw eigen Colgate-tube

kasteel

 

Wil zo graag met jou mee bouwen

Sliertjes rode witte blauwe

Poets je ook wel twee keer per dag

Want tandbederf is slecht voor je lach

 

En ik weet dat het leven vol met tandplak zit

Dat borstel je niet zomaar even wit

En ik weet dat er dagen vol van tandsteen zijn

En steeds maar gaatjes vullen dat doet pijn

 

Tandpastadopjesmaker

Zorg je voor tandversterking

En een fluoride werking

Lieve tubedopjesdraaier

Duizend tubes witte schone schijn

Al tijden doe je dat gedwee

Maar vandaag schroef ik met je mee

Vandaag draai ik met je mee

 

En ik weet dat het leven vol met gaatjes zit

Dat borstel je niet zomaar even wit

En ik weet dat er voor moed niet echt een vulling bestaat

Dat het op je tanden bijten is

 

Tandpastadopjesdraaier

Zet je de machine stil

 

tekst en muziek Femke Bauwens

 

 

Koolzuur (liedtekst)

Gebrek aan koolzuur, ademnood

De zuurstof zindert door je hoofd

De liefde als een glaasje prik

die jouw gemoed en tong verdoofd

 

ik dwaal al uren door de straten

nadat jij me hebt verlaten

hap naar adem in dit dooluur

liefde is te weinig koolzuur

 

Bruisend bubbelend, belovend

als het flesje opengaat

maar het prikkelt heel wat minder als

het water te lang staat

 

wat dat bruisen met me doet

het brandt en kriebelt in mijn keel

soms is dat zuurstofgehalte in mijn bloed

met wat teveel

 

ik dwaal al uren door de straten

hoop dat jij me zal verlaten

sta in brand, je gaf me vuurstof

liefde is te veel aan zuurstof

 

dat is de liefde, als spa bruis

die prikkelt zonder mededogen

en jou soms verdwaasd weer achter laat

met tranen in je ogen

 

wanneer de  schwung eraan ontbreekt

want voor te weinig bruis bedank je

na een flauwe kraantjeswatersmaak verlang je naar…een koolzuurhoudend drankje

 

ik dwaal al uren door de straten

wil zo graag eens met je praten

noch plat noch bruis hier in dit dooluur

liefde met of zonder koolzuur

 

Tekst: Femke Bauwens

Achterom (liedtekst)

Kom maar
achterom
het poortje staat al open je
hoeft niet om te lopen
kom maar achterom

achterom
we hoeven nog niet binnen
zoveel te verzinnen
in het steegje achterom
wanneer je terugdenkt
je lacht erom
wanneer je terugdenkt
je lacht erom

we mogen buiten blijven tot
ze roepen voor het eten
dat werd wel eens vergeten
ik kijk achterom
ik kijk zachter om

achterom
nooit voorom want aanbellen was stom
en zoveel saaier het
poortje los
er was geen bos ook geen gazon
omdat het zo ook kon

draakje spelen in de zon
in het steegje van beton op de
electriciteitskast
waar je maar met twee op past
ik kijk achterom
ik kijk zachter om

Achterom
waar met krijt op de muur vieze woorden staan
die je niet kon lezen wel verstaan
waar je speelde
je loom verveelde
een bal tegen de muur liet kaatsen

en toen gingen ze scheiden
dat was niet te vermijden
maar wat was het stomme
Nu had ik twee
twee achterommen

Achterom
fietsen van t ene achterom naar het
andere
er kan zoveel veranderen
achterom
soms sluit het poortje
niemand hoort je

 

tekst en muziek Femke Bauwens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vaderloos stil (liedtekst)

loos
van binnen is iets loos
weg geloosd naar schaamteloze pech
naar wat ik niet graag zeg

dat is wat zeer doet aan het woord pijn
dat is wat meer moet, maar wat nooit zal zijn

hij is loos, heen
maar waarheen
verweesd en vaderloos stil
stolt mijn bloed geruisloos
aderloos

Hij is loos, heen
maar waarheen
verweesd en vaderloos stil
stolt mijn bloed geruisloos
aderloos
vaderloos
stil

ben ontvaderd
en ontaderd
is niet meer omkaderd
loze lege schijn
dat is wat zeer doet aan het woord tijd
Onomkeerbaar en genadeloos kwijt

Hij is loos, heen
maar waarheen
verweesd en vaderloos stil
stolt mijn bloed geruisloos
aderloos
vaderloos
stil

tekst en muziek Femke Bauwens

 

 

 

 

 

 
verweesd en vaderloos

 

 

Raamkonijn (liedtekst)

ik ben het raamkonijn
ik zit hier maar
te zijn
je kunt met mij echt overal
over praten
ik waak in het kozijn
en kijk soms eens naar buiten
soms hoor je mij vanuit
de vensterbank tevreden
fluiten

je ziet wat je wil zien
soms zijn dat beslagen ramen
of je ziet de strepen vuil die jou
alweer doen schamen
ik ben het raamkonijn
ik knabbel aan je
zelfbeeld
ik snuffel aan je pijn ik bijt en krab
aan schone schijn

Maar ik doe je ook
vergeten
wil jij dat ik verdwijn
moe van het vele weten
ben ook maar een
raamkonijn
Ik krabbel aan verlies
maar ook aan giecheldingen
soms hoor je mij vanuit de vensterbank
tevreden zingen

doe nu het raam maar dicht
de rolluik naar beneden
ik blijf hier nog wel even in het
ochtendlicht

Ik ben het raamkonijn
wie moet ik anders
zijn

tekst en muziek ©Femke Bauwens

Afdruiprek (liedtekst)

 

Ik druip af
spoel alles van me weg van me weg
draai rondjes met mijn vinger in het afwaswater
waar ik steeds alles en ook niets mee zeg
ik denk niet meer aan ginds of aan later

Ik druip af
ik hoef niet naar dat feestje
alles is toch al gezegd
ik lever enkel het gevecht
met de schuurspons vandaag

Ik wacht met het bestek zwier borden
in het afdruiprek
zet alles op zijn kop
en kies het ruime sop

En waarom schuimt mijn sop niet schuimt mijn sop niet zoals het hoort?
waarom is mijn vaat nooit vlekkeloos?
ik laat de kopjes kopje onder gaan
en spoel mijn schaamte af
onder de kraan
ik laat de kopjes kopje onder gaan
en spoel mijn schaamte af
onder de kraan

Ik druip af
doe de wereld in de spoelbak
draai zachtjes achtjes met de lepel in het afwaswater
ben afdruipgek da’s altijd zo geweest
dus ik ga niet naar dat feest

Zwier glazen in het afdruiprek
maar heb niet mee gedronken
gooi mokken in de vaat
maar ik heb niet mee geklonken

En waarom schuimt mijn sop niet schuimt mijn sop niet zoals het hoort?
waarom is mijn vaat nooit vlekkeloos
ik laat de kopjes kopje onder gaan
en spoel mijn schaamte af
onder de kraan
ik laat de kopjes kopje onder gaan
en spoel mijn schaamte af
onder de kraan

Ik druip af
zet mijn zinnen in het afdruiprek

Ik druip af
Buiten zinnen in mijn afdruiprek

tekst en muziek: Femke Bauwens

Aan een dakgoot (liedtekst)

Als ik met kramp in de vingers aan een dakgoot hang
Als ik met kramp in de vingers het daglicht vang
Dan weet ik: dan gaat het goed met mij
Dan weet ik: ik heb mijn hoofd erbij

Als ik met kramp in de tenen op een richel balanceer
Als ik met kramp in de tenen een afgrond weer
Ik bungel en ik hang als een zakje thee
Ik kreun met een krakende dakpan mee

het druppelt en het bungelt
Ik heb weer wat geklungeld
Als het randje van het dak nu toch zomaar

brak

Theezakje, thee zak je mee in een roes
Je trekt nu al zo lang en ik zwaai naar de poes
Ik gebruik jou steeds een tweede keer
Ik zet je op het aanrecht neer

gedruppel en gebungel
wat roekeloos geklungel
in de dakgoot op de rand
heb ik het in de hand

Theezakje, thee, tegenwoordig
Trek ik het wel
Ik kijk naar beneden en de auto’s rijden snel
Ik zet je op de microgolf oven
Maar je moet me wel beloven

Dat je ’t dit keer wel, wel weer trekken zal
Ik trek mij op hoe lang hang ik hier al?
Je druppelt en je bungelt
Ik heb alweer geklungeld met het zakje
Nu moet je in het
afvalbakje

Dat is sneu
Zo gaan die dingen
Als je hangt

Aan een dakgoot hangt

Draadloos

 

Een tijd geleden knipte ik per ongeluk de kabel van mijn nieuwe muis door. Dwars door de verpakking. Eerst denk je dat de twee uiteinden nog aan elkaar hangen. Dat er nog een klein stukje draad de andere bij elkaar trekt, dat het wel houdt. Een fractie later zie je dat het onomkeerbaar is. Dat er geen verbinding meer mogelijk is. Ik krijg goed advies op facebook. Dat ik er een knoopje in moet leggen. Dat ik het kan solderen. Dat ik er een stuk kan afknippen en het uiteinde er toch nog kan in peuteren. Plakband. 10 seconden lijm. Of ik een draadloze muis had overwogen? Ik probeer ze allemaal. Verbinding maken is nooit mijn sterkste kant geweest. Ik legde knoopjes tussen de rafelige uiteinden van mijn vriendschappen. Was en ben jaloers op hartsvriendinnen die al jaren draadloos door het leven gaan. Zoiets had ik gehoopt.  Gekabeld zijn. Verbonden. Verknoopt. Ik heb veel draden doorgeknipt en niet altijd per ongeluk. Er zijn er die ik met een hakmes doormidden heb gekliefd, botte bijl erin, met verpakking en al. Er zijn er ook waar het subtieler ging, draadje per draadje, ze raakten los en ze verdwenen rafel-loos. Van hen vind ik soms nog losse snoertjes terug, niet meer te ontwarren. Ik vroeg me af wat er zo kon zijn misgegaan in die verbinding met de ander, waar ik gefaald had, wanneer het afknippen en plakken is begonnen.  Maar in een kamer op de palliatieve afdeling  leer ik andere wetten als het over verbinding gaat. Als ik bij haar binnenkom, kondigt  de luid tikkende klok genadeloos hard de dood aan. Wanneer ik ga zitten, zwaait de hals van mijn gitaar treiterend een foto van de gestorven echtgenoot omver. De levenden zijn niet subtiel. Zelfs hier weet ik een verbinding te saboteren. Ik zit, en ik doe niets, ik denk niets, ik speel niets. Ik ben een volslagen onbekende en ik maak de intiemste verbinding mee die je als mens kan hebben. Buiten speelt zich een surrealistisch tafereel af. Een jongen met een bladzuiger verdwijnt en verschijnt voor het raam. Dode bladeren kleven zich vast aan het glas, het lawaai gaat synchroon met haar raspende ademhaling. Ik denk aan Monty Python.  De jongen zwaait, de zuiger blaast, de tuin leeft. Buiten de bladzuiger die leven inblaast in gevallen bladeren. Van binnen naar buiten een luid stil-leven door een venster. Van buiten naar binnen een ingekaderde stille dood. In de kamer een aanklooiende muziektherapeut en een vrouw die sterft.
De vrouw zucht, ik zing, zij dood. Ik denk: ik ben hier goed in, deze verbinding, dit niks, dit wachten, dit daadloos zijn. Ik heb geen plakband bij, geen lijm, geen snoeren die ik aan elkaar kan knopen.  Lijf, leden, lucht, adem: het is alles wat ik heb.