Van de rug af gezien

Van de rug af gezien heb ik een uitzicht. En hoewel het niet spectaculair is, heb ik op zijn minst dat zicht en dat schept duidelijkheid in mijn leven: een vaal wit plafond en als ik mijn best doe om mijn blik te richten zit er nog een beetje wc-deur bij.
Van de rug af gezien is er nooit aarzeling in de richting van mijn kijken. Ik word bekeken, soms met drie, vier tegelijkertijd en reken maar dat ik gezien word.

Mijn vriend H. stelt me onomwonden die vraag: wordt jij gezien? Ik denk aan een ex-lief uit Thailand die me in gebroken Engels zei: ‘you’re like queen’. Op het begin was ik gevleid door die uitspaak, totdat ik veel later begreep dat hij iets anders bedoelde. Hij legde me uit dat er geen enkele reden was om op mij toe te stappen. Dat ik er veel te gecompliceerd uitzag. Ontoegankelijk. Ergens anders. Dus nee. Denkend aan dat voorbeeld concludeer ik dat ik al staande niet écht gezien wordt. Of wel, maar met een zweem lastigheid om mij heen. Dat geeft te denken. Van de rug af gezien word ik echt gezien. En hoe. Liggend op mijn rug bij de tandarts lig ik letterlijk in de spotlights. Er wordt ingezoomd, ik ben een gekaderd schilderijtje, mijn tanden schitteren in de hoofdrol, banale zaken worden ziekelijk belangrijk. Van de rug af gezien is mijn zicht gefilterd zonder zorgen, en wordt het leven overzichtelijk. Liggend in bed krijgt perspectief een andere dimensie. Van de rug af gezien kijk je niet achterom. Op de rug wordt alles herleid tot een beeld, een beeld te vatten in 1 blik en dat geeft rust. Zelfs de wilde gedachten die opduiken wanneer je ligt, worden vastgezet, ik kan ze aanwijzen, uitzetten, aanklikken, omarmen, wegjagen.

Het kan ook, dat je teveel gezien wordt. Dat er niet naast, maar in je gekeken wordt. Misschien was het dat, wat mijn ex bedoelde en zag hij dingen die hij liever niet wou zien. Houd ik de dingen niet op zijn plek. Gaan ze een eigen leven leiden. Is mijn boek gelezen voordat het open ligt. Dat zou betekenen dat ik wel word gezien maar dat er een teveel is zodat men weg wil kijken. Ik vraag het aan mijn lief. Zijn antwoord blijft vaag. ‘ Goh…kweenie. Maar ik zie je graag he schat’. Ja.
Laatst vertelde een ex-collega dat het echt erg was, ik op de fiets. Hopeloos onbereikbaar. Jezelf zo ongezien maken is gevaarlijk in het verkeer, zei ze. Ik in de wereld.  Van de rug af gezien heb ik de focus juist. Een gele vlek op de wand, het maakt de dingen helder en bevattelijk. Ik zie ik zie wat jij niet ziet. Een dokter buigt zich over mij. Hij kijkt, scant, checkt, zucht en ziet. Maar hij ziet mij, of toch iets van mij. Als ik sta, groeit de wereld om mij heen plots tot onmogelijke verten. Ik weet niet waar ik kijken moet, het panorama slorpt mij op.  Worden gezien is ook zelf zien. Met een wakkere blik in de wereld staan. Scherpstellen. Ik moet het leren. En dat doe ik klein en stil. Op mijn rug, kijkend naar de zon, die niemand ongezien laat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s