Vouwfiets

Toen ik in de rij stond bij de fietsambassade voorvoelde ik al dat dit geen goed idee was. Dit type fiets. Ik kon mijn eigen was niet eens vouwen, laat staan een fiets. En hoe plooibaar was ik zelf wel niet helemaal? Ik leed al aan een zware vorm van het strandstoelsyndroom (ongekende razernij gecombineerd met een verwoestende treurnis wanneer ik iets niet in elkaar gezet kreeg) dus dit was niet bepaald weloverwogen. Maar eens een klein motortje begint te draaien, wil je rijden. Hard en roekeloos. Direct bergaf, met stoere middelen. Ik mocht eerst buiten oefenen, dat had hij gezegd. Ik zei hem dat ik aan dispraxie leed, zo’n stempel rekende direct op meer sympathie waardoor hij een rij liet wachten en het stuur tot vijf keer toe in en uit plooide tot ik het begreep.
Toen buiten. Ik smokkelde mijn fiets naar een achterkoertje want ik wist dat mijn onorthodoxe wijze misschien op onbegrip zou stuiten. Daar zuchtte ik diep. Dit was een queeste, een missie. Ik vouwde mezelf zo groot mogelijk uit, het kon maar helpen. De stang. Hendeltje omhoog, pinnetje in en klik. Die kwam niet. Nog eens. Een klik in mijn hoofd, niet in de pin. Shit. Fuck. Ik keek om me heen. Hier begon mijn eigen methode. Ik legde de fiets neer en ging erop zitten. Dit kon niet de bedoeling zijn. Teruggaan was geen optie.  Ik duwde en wrong, wilde erop staan, stampen, trappen maar kon mij net bedwingen, wilde mezelf opvouwen en in een la leggen, met fiets en al. Dan toch afdruipen, kin omhoog, schaamte opgeplooid.; ‘tja, niet zo handig he?’ Weer een uitleg, knikken en slikken, terug naar buiten, ja het was plooibaar, er ontvouwde zich stilaan weer mogelijkheden, wegen, het leven werd weer voor mij uitgeklapt als een strandstoel en zigzaggend fluitend fietste ik terug. Bij het station een nieuw euvel. Eenmaal uit, ging het niet meer in. Zo gaat het wel vaker met dingen. Ze vouwen zich als een tweesecondentent voor je uit, maar dan, terug erin, het is een strijd, een weten dat het nooit meer wordt zoals het was, hoe je het ook draait of plooit. Dat het wezenlijk van vorm verandert. Dat het nergens meer in past.   Daar stond ik, ge-sandwicht als een hotdog tussen een geknakte fiets.  Er zat een dakloze dubbelgevouwen op een stoepje. Hij keek. Verkreukeld, onbehouwen, ongevouwen. Hij zag eruit alsof hij eens nodig gestreken moest worden. Maar hij stond op, vouwde zich uit en sjorde aan mijn stang. De klik kwam. Ik veegde een traan weg.  ‘Ik vouw van jou!’ wou ik hem naroepen, zo blij als ik was met deze dappere daad.  Toen de trein. Trots als ik was staarde ik de hele rit naar het achterwiel van mijn nieuwe vouwgeluk. Als ik dit aankon, was alles mogelijk.  Eenmaal uit de trein nog een laatste obstakel. Ik liet de fiets in één stuk. Je moet niet altijd alles willen plooien. Met alle kracht die ik had in mijn nog één goedwerkende arm sleurde ik de fiets de trap af. Van onderaf keek men omhoog en zag mij staan, mijn fiets fier geheven in de lucht.. Ik ben een gladiator. Ik ben een absolute held. Ik ben de hendel die geen klik zegt.  Ik ben een schijtbroek. Ik ben een weke waaghals, een geknakt stuur. Ik ben een vouwfiets.

3 gedachtes over “Vouwfiets

  1. Deze las ik raar maar waar nog niet!! Hoe heerlijk klikt elk woord van dit verhaal in elkaar.. vouwfiets, ik plak me die metafoor nu ook graag op 😉

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s