Verglittering (ode aan kerst)

Er moet weer diep gezocht en gewroet worden om de kerstspullen naar boven te halen. Ik verdenk me er van dat ik ze expres onder de trap zet in de kelder. In de hoop dat ik ze per ongeluk vertrappel als ik ze ga zoeken. Al hoef ik daar niet veel voor te doen. Kerstballen gaan altijd stuk. Als je goed kijkt, zit er slechts een laagje glans op en dat heb je er met je nagel zo afgekrabd. Deuken in ballen zijn niet ongewoon. Het probleem met een kerstbal is dat alles er net iets te veel in wordt uitvergroot. Er wordt iets in weerspiegeld wat ik eigenlijk liever niet in de boom hang. Lichten zijn altijd te fel, kerstkransen te zoet, avonden te lang. Men zal zeggen dat ik verbitterd klink. Dat kan. Men zal zeggen dat ik moet stoppen met zagen en gewoon die ballen in de boom moet hangen zoals een echt gezinsmens betaamd. Dat het toch ook maar even duurt. Ik ken geen enkel even dat zo lang duurt. Veel te lang. Teveel bal, teveel boom. Ik heb het wel echt geprobeerd. Ik heb geprobeerd kerst te omarmen. Ieder jaar staat er een boom. Maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat ik het gevoel heb dat kerst mij niet wil omarmen. Ten eerste is altijd iets met de boom. Te krom. Te kaal. Teveel naalduitval. Bal-uitval, de een na de andere stuitert eruit. Vervolgens doe ik ieder jaar mijn best met de kerststal. Het stenen kindje Jezus rol ik al jaren in klappertjespapier wat niet meer klappert, met als gevolg dat er stukjes Jezus in de kribbe liggen. Jozef ziet er al lang niet meer zo blij uit als pakweg 2000 jaar geleden. Toch zet ik ze dapper knusjes bij elkaar. Aangezien de schapen op mysterieuze wijze uit de kelder zijn verdwenen laat ik mijn zoon schapen van lego bouwen. Dat vind ik leuk. Het zou bijna leuk worden, als je plots beseft dat je met twee gescheiden gezinnen maar liefst drie kerstdagen hebt. Drie. Al na de eerste zitting lijd ik al aan bal-en kalkoenmoeheid. Ik voel me geboom-bardeerd en kan geen geel gefonkel meer zien. Ik weet wel dat ik niet de enige ben. Dat er redenen voor zijn. Dat ik stiekem best wel zou willen kunnen genieten van een kerststronk. Dat het eigenlijk ook allemaal wel verdrietig is, maar dat kerst dat mooi verpakt. Plots zitten er overal laagjes over. Laagjes lach. Kerst is kaka met een strik erom. Kerst is bittere, glitterernst. Ja. Dat klinkt verbitterd. Maar het is meer dan dat. Geen verbittering, maar verglittering. Overal moet cadeaupapier rond. Eenzaamheid wordt vrolijk verpakt in kerstmutsen-rood. De verlichting schijnt op wat zich uit wil laten schijnen. Wat zich niet toont, zit in de proppen papier achteraf, in de verkreukelde slinger die dit jaar niet in de boom mocht, in de restjes kalkoen in de vuilnisbak. Als je goed kijkt, zit daar de echte kerst. En omdat ik wel van die echte kerst houd, ga ik op mijn buik liggen en kijk ik naar de lego-kerststal van mijn zoon waar een halve Jezus zonder benen in ligt, een Maria met helm en een Jozef met een astronautenpak. Ik voel een kleine kerstmis in mij, zo eentje waar je goed naar zoeken moet. Ik wil geen zingende kerstman in de Colruyt met Sinterklaas. Ik wil Bert en Ernie’s kerstwindje horen. Ik wil Royco Minute kerstavondsoep. En volgend jaar zet ik mijn kromme boom met broze ballen. Die weer glansrijk zullen  vallen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s