Draadloos

 

Een tijd geleden knipte ik per ongeluk de kabel van mijn nieuwe muis door. Dwars door de verpakking. Eerst denk je dat de twee uiteinden nog aan elkaar hangen. Dat er nog een klein stukje draad de andere bij elkaar trekt, dat het wel houdt. Een fractie later zie je dat het onomkeerbaar is. Dat er geen verbinding meer mogelijk is. Ik krijg goed advies op facebook. Dat ik er een knoopje in moet leggen. Dat ik het kan solderen. Dat ik er een stuk kan afknippen en het uiteinde er toch nog kan in peuteren. Plakband. 10 seconden lijm. Of ik een draadloze muis had overwogen? Ik probeer ze allemaal. Verbinding maken is nooit mijn sterkste kant geweest. Ik legde knoopjes tussen de rafelige uiteinden van mijn vriendschappen. Was en ben jaloers op hartsvriendinnen die al jaren draadloos door het leven gaan. Zoiets had ik gehoopt.  Gekabeld zijn. Verbonden. Verknoopt. Ik heb veel draden doorgeknipt en niet altijd per ongeluk. Er zijn er die ik met een hakmes doormidden heb gekliefd, botte bijl erin, met verpakking en al. Er zijn er ook waar het subtieler ging, draadje per draadje, ze raakten los en ze verdwenen rafel-loos. Van hen vind ik soms nog losse snoertjes terug, niet meer te ontwarren. Ik vroeg me af wat er zo kon zijn misgegaan in die verbinding met de ander, waar ik gefaald had, wanneer het afknippen en plakken is begonnen.  Maar in een kamer op de palliatieve afdeling  leer ik andere wetten als het over verbinding gaat. Als ik bij haar binnenkom, kondigt  de luid tikkende klok genadeloos hard de dood aan. Wanneer ik ga zitten, zwaait de hals van mijn gitaar treiterend een foto van de gestorven echtgenoot omver. De levenden zijn niet subtiel. Zelfs hier weet ik een verbinding te saboteren. Ik zit, en ik doe niets, ik denk niets, ik speel niets. Ik ben een volslagen onbekende en ik maak de intiemste verbinding mee die je als mens kan hebben. Buiten speelt zich een surrealistisch tafereel af. Een jongen met een bladzuiger verdwijnt en verschijnt voor het raam. Dode bladeren kleven zich vast aan het glas, het lawaai gaat synchroon met haar raspende ademhaling. Ik denk aan Monty Python.  De jongen zwaait, de zuiger blaast, de tuin leeft. Buiten de bladzuiger die leven inblaast in gevallen bladeren. Van binnen naar buiten een luid stil-leven door een venster. Van buiten naar binnen een ingekaderde stille dood. In de kamer een aanklooiende muziektherapeut en een vrouw die sterft.
De vrouw zucht, ik zing, zij dood. Ik denk: ik ben hier goed in, deze verbinding, dit niks, dit wachten, dit daadloos zijn. Ik heb geen plakband bij, geen lijm, geen snoeren die ik aan elkaar kan knopen.  Lijf, leden, lucht, adem: het is alles wat ik heb.

Een gedachte over “Draadloos

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s